Bij Zinderend.nu speuren we naar nieuwe vormen en projecten waarbij zingeving centraal staat. Het Bezinningshuis van Robin en Hilda Zuidam is een mooi voorbeeld van zo’n project. Kirsten Portengen interviewde de oprichters over dit vernieuwende initiatief op het gebied van zingeving.

Na de brede oprijlaan met prachtige oude beukenbomen verschijnt het bedrijfsgebouw op het terrein van de Willem Arntsz Hoeve in Den Dolder. Ik bel aan waarna Hilda me hartelijk verwelkomt en me meteen een rondleiding door het pand geeft. Ze zitten er nog maar pas, maar in die korte tijd hebben Robin en Hilda, met behulp van stoffen, decoratie en wat vintage meubeltjes het al heel verwelkomend weten in te richten. De rondleiding gaat langs een lichte creatieve ruimte, een massagekamer, gesprekskamer, stilteruimte en een lees- en televisiekamer.

Bijna alles wat er staat is gedoneerd door vrienden, kennissen of onbekenden, zoals de professionele massagetafel of de mooie oude stoeltjes die door Hilda’s ouders opnieuw gestoffeerd zijn. ‘Dat is zo bijzonder om te merken, dat mensen voelen hoe belangrijk dit is en daarbij willen helpen,’ zegt Hilda. Centraal in het gebouw bevindt zich een hoge ruimte met in een nis een gezellige zithoek, waar we plaatsnemen. Robin zet een thermoskan thee neer en na een koekje kan het gesprek van start gaan.

 

Allereerst: een Bezinningshuis starten, hoe dat zo?

Hilda: Het idee is een jaar geleden plots opgekomen. Tijdens het wandelen en praten ontstond het idee om zelf een huis te creëren, maar dan specifiek rond bezinning en sterven.

Robin: Er waren het jaar daarvoor in een jaar tijd vijf dierbare mensen in onze directe omgeving overleden, dus de dood nam al een prominente plek in ons leven in. Dan ga je ook echt over zingeving nadenken en wanneer die zingeving er niet meer is, bijvoorbeeld bij zelfdoding.

 

En welke rol speelt het bezinnen daarbij, kijkend naar jullie naam? 

Robin: De naam was eigenlijk ook meteen al tijdens die wandeling duidelijk. Het kon eigenlijk geen ander woord dan bezinnen zijn. Veel oudere mensen associëren het met geloof of christendom, maar wij denken dat bezinnen een veelomvattend begrip is dat gaat over het stilstaan bij grote levensvragen. Die levensvragen komen vooral aan bod als de dood in zicht komt. In de tegenstelling van leven en dood ontstaat vaak het moment waarop behoefte aan bezinning kan opkomen. Daarnaast willen we echt een huis bieden, een fysieke ruimte waar je heen kan gaan om te bezinnen.

Hilda: En in dat huis zien we ook altijd meerdere mensen. We hopen dat mensen elkaar kunnen ontmoeten, zich met elkaar kunnen verbinden en samen mogen bezinnen rond dit thema.

 

Hoe zouden jullie bezinning en zingeving definiëren?

Robin: Bezinnen gaat voor ons om stoppen en stilstaan, daar begint alles mee. Uit de doe-stand en naar binnen keren, kijken wat er van binnen allemaal gebeurt qua gedachten, emoties, lichaam. Bezinnen kan niet op een goede of foute manier, er is niet één waarheid. Ieder heeft zijn eigen waarheid daarin.

En bezinnen is een manier om tot zingeving te komen. Zingeving gaat eerder over een doel of behoeftebevrediging over je zijn. Zingeving is ook enorm persoonlijk en subjectief. En zingeving wordt vaak pas problematisch als het pijn doet, als het moeilijk wordt, als het niet meer vanzelfsprekend is.

 

Wat gebeurt er met zingeving als de dood dichtbij komt?

Robin: Het is zo essentieel om de zingevingsvraag te stellen op het moment dat je gehoord hebt dat je binnen afzienbare tijd komt te overlijden. Dat kan betekenen dat een mens met een dodelijke ziekte juist vaststelt dat het leven geen zin meer heeft, want hij gaat dood. Dat kan boosheid oproepen of een ander emotie. Maar het kan ook juist een soort boost geven, dat het leven juist wel degelijk zin heeft, hoe kort het ook nog maar is. Dat is natuurlijk een enorme trigger om bij de essentie te komen. Dan komt de zingevingsvraag zo naar boven.

Hilda: Daarin is ons heel vaak opgevallen dat op het moment dat de dood in het leven komt, er sterke verbinding kan ontstaan binnen relaties, maar soms juist ook een grote verwijdering. Als ik te horen krijg dat ik op korte termijn dood ga, dan willen wij elkaar bijvoorbeeld aan de ene kant heel erg vasthouden, maar ergens is er meteen een muur tussen ons. Het feit dat ik dood ga en jij verder gaat leven geeft al een scheiding. En als je dat niet met elkaar bespreekt, die angst, emoties en gevoelens, dan is er meteen al een soort muur. Juist waar je elkaar zo graag wilt vinden in verbinding, kan het ook zo snel weg zijn.

Robin: De dood is natuurlijk voor heel veel mensen een ver-van-m’n-bed-show. Maar je merkt dat als je erover gaat spreken en je erop bezint, dat het een bepaalde meerwaarde aan je leven kan geven. Dood doet meer leven, dat vind ik een mooie slagzin. Als je er over na gaat denken, ga je bewuster leven, bewustere keuzes maken in je leven, dus je leven krijgt meer verdieping.

Hilda: daar komt ook de slagzin van het bezinningshuis vandaan: Stilstaan bij je (on)sterfelijkheid. Wij willen de dood juist niet uit de weg gaan. Wij willen het sterven en de dood juist op tafel leggen in plaats van onder het tapijt vegen.

 

Zijn we het sterven en praten over de dood verleerd?

Hilda: Mooie vraag. Beiden denk ik. Het is net alsof het sterven geen onderdeel meer mag zijn van ons leven. De dood was 50 of 100 jaar geleden heel normaal, die hoorde meer bij het leven. Voorheen was het heel normaal dat opa in de woonkamer lag en verzorgd werd tot hij doodging. En nu hebben we natuurlijk met de maakbaarheid van het leven van doen. Het doel is vaak iemand zo lang mogelijk in leven te houden. Dat mag natuurlijk, iedereen heeft daarin zijn eigen keuze, maar het is wel een beweging van wegdrukken.

Er is een tijdje terug een tijdschrift uitgegeven over de dood, van Katja Schuurman. Daarin vertelde zij dat ze heel graag ingevroren wilde worden en eigenlijk onsterfelijk wilde zijn. Toen dacht ik oh, zij is dus heel erg bezig met de vraag ‘Hoe kan ik zorgen dat ik altijd blijf leven?’

 

In hoeverre is dit project voor jullie in die zin ook een bron van zingeving?

Robin: Ik heb twee jaar geleden die opleiding stervensbegeleiding gedaan en het hele jaar door vroeg onze docent, Arthur Polspoel, ons steeds ‘Vraag je heel goed af waarom je deze opleiding bent gaan doen’. En in het begin zei ik steeds direct ‘Ik wil mensen helpen’. En toen ik klaar was merkte ik eigenlijk dat mijn antwoord veel uitgebreider was dan dat. Het heeft ook te maken met wat er met mij allemaal gebeurd was de afgelopen jaren. En dit Bezinningshuis opzetten met Hilda is voor mij ook een manier om met mijn eigen sterfelijkheid bezig te zijn. Dus het geeft mij ook weer heel veel om zelf te bezinnen op mijn eigen situatie en me te realiseren dat ook ik niet het eindeloze leven heb.

Hilda: Ik vind het ook zo leerzaam, het is zo’n verdieping van ons leven.

Robin: Klopt, want je moet met hele aardse zaken bezig zijn, de boel inrichten, verven, maar je wilt ook zorgen dat er een bepaalde sfeer is die ruimte biedt om mensen te laten bezinnen.

 

Zijn er bepaalde voorwaarden om mensen te laten bezinnen?

Robin: We gaan met creatieve vormen werken, zoals muziek. We willen ook spreuken en teksten gaan ophangen in het huis en hebben overal gesprekskaarten liggen. Dus als mensen aanknopingspunten zoeken om in gesprek te komen zijn die er genoeg.Kunst is altijd een soort ingang naar zingeving. Op die manier kijk je of je mensen contact kunt laten maken met hun diepere zelf.

Hilda: Een voorwaarde daarbij is dat we eigenlijk zeggen ‘alles mag er zijn’. Dus het is niet zo dat je in een stramien komt waarin je een vast programma gaat volgen. We willen met liefde dingen aanreiken, maar we volgen iemands eigen behoefte daarin. Wij willen ruimte bieden waarin mensen hier komen en er gewoon mogen zijn. We geloven er in dat je bij de ander moet aanhaken.

Daarom vind ik het wel heel belangrijk om niet altijd maar heel diep te gaan zitten graven. Als iemand daar niet heen wil moet je dat vooral niet forceren. Wij hebben wel de overtuiging dat het fijner zou zijn als je bewust zou kunnen sterven, als je iets met die bezinning kan doen, maar elk mens heeft zijn eigen weg te gaan en op zijn eigen manier te sterven.

Robin: Als mensen, door hier te zijn geweest, een klein beetje meer licht ervaren, dan is het al goed. En dat heeft vooral te maken met mensen ruimte bieden om iets meer bij zichzelf te komen. Dan is er al lichtheid. Als we ook maar iets kunnen betekenen in dat bewustzijn dat je leven eindig is, dan is dat voor ons al een heel groot goed. Het is ieders recht juist zo’n moeilijke periode op zijn eigen wijze in te vullen.

 

Richten jullie je alleen op mensen met een ongeneeslijke ziekte of is de doelgroep breder?

Robin: We hebben alleen onderzoek gedaan naar mensen met ongeneeslijke ziekte, maar weten uit de praktijk dat er ook andere groepen zijn waarbij behoefte is aan bezinning. Ouderen hebben bijvoorbeeld ook behoefte om te spreken over het feit dat ze relatief dicht bij het einde van hun leven zijn. Die groep mensen wil mogelijk met elkaar in gesprek over thema’s als voltooid leven of eenzaamheid. In eerste instantie hadden we die doelgroep niet in ons plan maar dat is gaandeweg verbreed.

Hilda: Een andere vraag is bijvoorbeeld of we ook met mensen gaan werken die vanuit de uitbehandelde psychiatrie in een euthanasie-traject zitten. Daar hebben we het samen uitgebreid over gehad. Uiteindelijk hebben we gezegd: ja, mensen in zo’n situatie zijn ook welkom. Maar de verschillende doelgroepen betekenen natuurlijk wel iets voor ons programma; we zullen niet iedereen tegelijk ontvangen. Zo is het een idee om een groep ouderen hier uit te nodigen en samen een dag te bezinnen, maar dan zullen we ondertussen geen andere gasten ontvangen.

 

Is er eigenlijk wel behoefte aan zo’n soort huis?

Hilda: We hebben zowel kwalitatieve als kwantitatieve behoefteonderzoeken gedaan. Uit die onderzoeken kwam dat er zeker behoefte is aan bezinning bij ongeneeslijke ziekte, maar dat de timing daarin wel van groot belang is. Het moment waarop je net te horen krijgt dat je ziek bent, dat is geen moment waarop je naar ons toekomt. Dan is er heel veel chaos of trek je juist terug in je cocon. En het einde, wanneer je intensief verzorgd moet worden totdat je sterft is ook niet het moment waarop je naar ons toekomt – dan ga je eerder naar een hospice. Maar ergens daartussen, dat zijn natuurlijk soms maar een paar dagen tot hele jaren, in die periode daar is wel die behoefte aan bezinning.

Robin: Mensen zitten heel vaak tussen hoop en wanhoop, tussen de vecht-stand en angst of verdriet. Juist ook het bestaan van die tegenstellingen kan een reden zijn om hier te komen, met je partner of vriend/vriendin. Dat iemand zich afvraagt ‘Ik wil die ziekte eigenlijk verslaan’, maar dat een stemmetje in je zegt ‘Maar wat als dat uiteindelijk niet lukt?’.

Veel mensen zullen in die vecht-stand staan en willen dit helemaal niet meemaken, maar Het Bezinningshuis is bijvoorbeeld ook voor partners. Die kunnen ook zeggen ‘Ik heb wél behoefte erover te praten’. Dan kan je bij een inloophuis terecht, of bij een plek zoals wij aanbieden. Ook voor ons is het kijken en afwachten: weet men ons dan ook juist in die tussenperiode te vinden? En nemen mensen ook de stap om dan naar het bezinningshuis te komen?

 

 

Op welke manier kunnen mensen bij jullie terecht?

Hilda: We willen via huisartsen en ziekenhuizen werken, maar ook via andere organisaties in ons netwerk. We verwachten niet zozeer dat mensen gaan googlen om begeleiding te zoeken en dan bij ons uitkomen. Het gaat om zo’n kwetsbaar intiem onderwerp dus dit soort dingen gaan heel vaak via-via of via andere organisaties. Dus in het begin is het heel belangrijk dat mensen uit het werkveld ons kennen en weten wat we hier doen. Dat gaat ook weer om verbinding zoeken.

Robin: Het Bezinningshuis gaat officieel open op 5 januari 2018. Op 6 januari houden we een open huis voor geïnteresseerden. We gaan ook melden dat als mensen via chat, email of telefoon begeleiding wensen, we dat kosteloos kunnen bieden. Op het moment dat mensen hier komen of we naar mensen toe gaan, wordt er een onkostenvergoeding gevraagd, maar daarbij willen we rekening houden met draagkracht.

We willen gewoon aan het werk, mensen laten weten dat we er zijn. We willen bijeenkomsten organiseren, mensen begeleiden, met verpleeghuizen contact zoeken en als we merken dat er behoefte is dan kunnen we kijken of we op deze locatie blijven of dat we nog naar een andere ultieme plek kunnen verhuizen.

 

En een veel voorkomende vraag in de zingevings-branche: hoe zit het met de financiering?

Robin: Op dit moment doen wij dit alles gewoon naast onze parttime banen. We zijn blij dat we op deze locatie in Den Dolder gewoon kunnen starten en kunnen uitproberen met lage lasten. Maar het is heel simpel: als veel mensen door ons geholpen willen worden dan kunnen we gaan denken over onze baan opzeggen.

We doen het op dit moment helemaal op eigen kracht en kunnen Het Bezinningshuis een jaar op deze manier betalen, daarna moeten we naar andere geldstromen kijken. Dan moeten we met verzekeringen gaan praten over zaken als complementaire zorg en vergoeding vanuit de tweede aanvullende verzekering. En later kunnen we ook nog eens met fondsenwervers gaan praten.

Hilda: Mocht dat onverhoopt toch niet lukken, zelfs dan kunnen we met een goed gevoel terugkijken op een mooi jaar. Want zelfs in de maanden waarin we hier nu bezig zijn hebben we al zoveel geleerd. Dan is het een heel mooi leerzaam jaar geweest. We hebben er heel veel tijd in geïnvesteerd, en dat doen we met liefde. Er zijn altijd veel meer redenen om het niet te doen dan om het wel te doen. Alleen de redenen om het wel te doen die wegen zo zwaar, die zijn zo sterk voor ons, dat het opweegt. Maar natuurlijk hopen we dat het verhaal na dit jaar verder gaat.

Het stimuleert ons ook erg om dit project samen te doen. We hebben al sinds de middelbare school een relatie maar hebben eigenlijk altijd gezegd dat we nooitniet met elkaar zouden gaan samenwerken. Toen ontstond dit project en nu merken we dat we eigenlijk heel complementair werken. We houden elkaar goed in balans.

 

Meer weten?

Zie de website van Het Bezinningshuis, volg het huis op Facebook of kijk het introductiefilmpje van Het Bezinningshuis.

 

Door Kirsten Portengen

Kirsten Portengen is geestelijk verzorger in het Reinier de Graaf Gasthuis te Delft.